Met haar publicatiewijze van rapporten voedt het RIVM slechts de polarisatie in plaats van dat het de broodnodige nuance biedt.

Dat schrijft Friso de Zeeuw op 31 mei 2024 in zijn column op Binnenlands Bestuur.
Dinsdag 28 mei debatteerde de Tweede Kamer uitgebreid over de miljardensteun die het kabinet wil verlenen aan de ingrijpende plannen van Tata Steel voor de productie van ‘groen staal’. De Kamermeerderheid steunt de inzet van de ministers en hecht aan strenge voorwaarden die moeten leiden tot vermindering van uitstoot, gezondheidsrisico’s en overlast voor de omgeving.

Als voorzitter van het Economisch Forum ‘Holland boven Amsterdam’, dat de belangen van het bedrijfsleven boven het Noordzeekanaal behartigt, volg ik de ontwikkelingen nauwgezet. Vanuit dat perspectief kijk ik ook naar de onderzoeken die het onderzoeksinstituut RIVM naar buiten brengt over de milieugevolgen van de staalproductie in IJmuiden.

Daags voor het Kamerdebat publiceerde het RIVM een memo, opgesteld op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het vergelijkt de door Tata veroorzaakte gezondheidsschade met die van de Ilva staalfabriek in Taranto (Zuid-Italië). Deze fabriek was berucht vanwege de grote vervuiling in de omgeving. Dat gold met name voor de uitstoot van dioxine en PAK’s. De rechter beval 12 jaar geleden sluiting van het complex. Enkele directieleden gingen het gevang in wegens fraude, corruptie en zware milieudelicten.

Het RIVM vergelijkt echter slechts één enkele factor, namelijk de uitstoot van fijnstof en stelt dat die redelijk vergelijkbaar is. De inwoneraantallen in de directe omgeving van de fabrieken verschillen echter enorm: Taranto met 200.000 inwoners versus Wijk aan Zee met 2.000 inwoners. Alle andere emissies (waaronder dus ook dioxine en PAK’s) vallen nauwelijks te vergelijken, aldus het rijksinstituut. Het RIVM publiceerde het Taranto-memo twee werkdagen voor het Kamerdebat zonder verhelderende toelichting. Dat is opmerkelijk omdat het document al vier weken klaarlag.

Voor media die kritisch tegenover Tata staan, vormde het flinterdunne onderzoeksresultaat geen enkele rem om vol op het orgel te gaan. ‘Vervuiling Tata Steel even erg als bij Italiaanse ‘fabriek die alles doodt’ kopte bijvoorbeeld Nu.nl. Daarna gaat het snel los op de sociale media. Milieu-advocaat Bénédicte Ficq is uiteraard ‘gechoqueerd’, deze keer omdat het RIVM ‘de fabrieken naast elkaar op één lijn plaatst qua smerigheid, vervuiling en gezondheidsrisico’s’. De reacties leggen bloot hoe gepolariseerd en ongenuanceerd het debat rond Tata verloopt.

Vorig jaar betoogden risico-expert professor Ira Helsoot en ik dat het RIVM met zijn uitgebreide Tata-gezondheidsrapport onnodig onrust zaaide door geïsoleerd naar de omgeving van de staalfabriek te kijken. Cijfers krijgen pas maatschappelijke betekenis door ze in het juiste verband te plaatsen: hoe is de gezondheidstoestand in andere regio’s in ons land? Als het bijvoorbeeld om luchtkwaliteit gaat, kun je beter in de IJmond wonen dan in de meeste grote steden, zo maakten wij duidelijk. In een reactie op ons artikel stelde het RIVM een dergelijke vergelijking niet nodig te vinden. De gang van zaken rond het Taranto-memo toont naar onze mening echter opnieuw aan dat het bieden van context essentieel is, zeker in een hyper-gepolariseerde omgeving.

Het RIVM laat meer steken vallen. Onlangs verscheen een onderzoek naar de milieugevolgen van het gebruik van staalslakken, een restproduct van Tata. De slakken – die in de wegenbouw worden gebuikt – zouden het grondwater overmatig vervuilen met giftige zware metalen. Dat gaf veel ophef. Een contra-expertise door ingenieursbureau Tauw concludeerde dat het RIVM-rapport bijdraagt aan de negatieve beeldvorming ‘terwijl dit voor een belangrijk deel niet onderbouwd is’.

Uit zijn verband gerukte cijfers de wereld insturen creëert onnodige onrust. En actiegroepen, advocaten, beleidsmakers en politici gaan er gemakkelijk mee aan de haal. Wij hebben het  RIVM als onafhankelijk en gezaghebbend onderzoekinstituut hard nodig, onder meer bij het  ingrijpende verduurzamingsproces waar de Nederlandse industrie voor staat. Het moet daarom zelf geen onderdeel van de polarisatie worden.

Back To Top